dinsdag 15 november 2011

Verdieping schilderen 1e les




Voor deze opdracht wil ik een onderzoek starten naar het schilderen op hout. Dit omdat ik al jaren een volger ben van de jonge kunstenares Kukula. Haar werk valt inmijn straatje. Visueel omdat het vol zit met lijntjes naar poppen en naar lolita. Verder heeft het iets erotische en schildert ze op expirimeteel materiaal. Waaronder echt houd. Het lijkt me zelf erg leuk op hout te schilderen en het ook echt hout te houden. Hout heeft een natuurlijke feel waar ik van houd.



Bij dit werk heeft ze expres gebruik gemaakt van de nerf. Het is een onderdeel van het werk zelf.

Hier heeft ze gewerkt op een koffertje van hout.

Hier op boomstam

En hier een eindwerk op hout.

dinsdag 27 september 2011

Stensel art voor ID

ID les 3

hier een Photoshop schildering die ik gemaakt heb voor ID. Het is naar het idee van Andy warhol.

Kunst geschiedenis les 4

Goya
Francisco jose de goya y lucientes (1746-1828)
Hij komt uit spanje. Zoon van een boer. Op 17 jarige leeftijd verhuist hij naar madrid. Daar gaat hij in de leer bij een kunstschilder. Hij maakt daar ontwerpschetsen van tapijd industrie.
Hij werd bekent door het schilderij “portriat of thhe count of floridablanca” uit het jaar 1783. Hij heeft dit in opdracht gemaakt voor de graaf. Deze staat er wat informeel bij. Het lijkt ongeposeerd.

Goya, de familie van karel de 4e, 1800
Hij werkte voor de konijng van spanje. Deze staat ook afgebeeld. Hij schildert de konijngin zoals ze is. Het realisme is opvallend.

velasquez, las meninas, 1656
Idool ban Goya. Hij schilderde zichzelf in het schilderij dat doet goya daarom zelf ook.

Heksen sabat
klein fomaat voor in de kleedkamer. Het thema van die serie gaat over heksen.
Goya, The Spell (toverformule) 1797-98
Goya, Witches in the air, 1797-98

Los Caprichos
1793-99 De grillige invallen

Droom van de rede brengt monsters voort. Hij wilde misstanden aan de kaak stellen. Door middel van zijn tekeningen. Hij laat zijn tekeningen als dromen zijn zodat hij zichelf veilig kon stellen omdat je dromen noet onder controle hebt.

Veel van goya’s werk vormd een soort van aanklacht. Goya had een sombere kijk op de mensheid.

Goya, de derde mei van 1808, uit het jaar 1814
En de 2e mei van 1808. Geprecenteert als serie van 2.
Je ziet een exicutie van een aantal mensen. Fransen tegenover de spanjaarden. Het zijn burgers van de stad van madrid. In het jaar 1808 bezetten de fransen spanje. We willen niet dat de konijng verbannen wordt. Het is een eigentijdse historische gebeurtenis.

Goya behoord tot de (Romantiek 1790-1840)

Los Deasatros de la guerra
(de verschrikkingen van de oorlog)
tussen 1810-1820

Dit zijn koper grafures.

- gaat over de armoede van de stad
- onrecht van ferdinant de 7e die konijng wordt. Hij heeft een vreed regime.

“ met of zonder reden”
“ hetzelfde”
“ zij (de vrouwen willen ook niet”
“ daarvoor werd je geboren”
“ Sombere voorgevoelens van de komende gebeurtenissen “
“ zij profiteren er van”
“ zoveel en nog meer”
“ hier baat geen hulp meer”
“ het kwam hem toe”

vrijdag 23 september 2011

Cultuurbeschouwing les 3

Cultuur geschiedenis les 3

Ethiek
Diverse ethische posities

Deugden ethiek
- hoe moet ik leven om een goed mens te zijn.
Plato
bestaat rood los van rode dingen?

Plato de grot.


"Dit is nu de eigenlijke visie van Plato die de basis vormt voor zijn gelijkenis. Deze gaat als volgt. Men dient zich een grote grot voor te stellen, die met de buitenwereld verbonden is door een gang met een dusdanige lengte dat er geen daglicht in de grot valt. Er zit een rij gevangenen met hun rug naar de ingang, en ze kijken naar de achterwand van de grot. Hun ledematen en halzen zijn zo vastgeketend, dat ze hun hoofden niet kunnen bewegen en noch elkaar, noch zichzelf kunnen zien. Dit betekent dat ze alleen de wand voor zich kunnen waarnemen. Zo hebben ze hun hele leven gezeten en kennen niets anders.

Achter hen bevindt zich een vuur. Tussen hen en dat vuur staat een blokkade in de vorm van een muur, die zo hoog is als een mens. Aan de andere kant van die muur lopen mensen met allerlei dingen op hun hoofd, waaronder stenen en houten figuren van mensen en dieren, heen en weer. De schaduwen van de dingen vallen door het vuur op de wand waar de gevangenen tegenaan kijken, die ook de stemmen weerkaatst van hen die de dingen sjouwen. Plato betoogt nu dat het enige dat de gevangenen in hun leven waarnemen schaduwen en echo’s betreffen. Ze zullen denken dat deze de realiteit vormen, en hun gesprekken zouden over de waarneming van deze realiteit gaan.

Als een gevangene zijn ketenen zou kunnen afschudden, zou hij door de levenslange ketening in het halfduister zo verkrampt zijn, dat het alleen al pijnlijk voor hem zou zijn om zich om te draaien, bovendien zou het vuur hem verblinden. Hij zou volkomen in de war raken en zich weer willen omkeren naar de wand met schaduwen, naar de realiteit die hij begrijpt. Als hij uit de grot naar het felle zonlicht zou worden geleid, zou hij pas na lange tijd iets kunnen zien en dat begrijpen. Als hij eenmaal gewend zou zijn aan de bovenwereld en daarna terugkeerde in de grot, zou de duisternis hem weer tijdelijk verblinden. Zijn ervaringen zouden onbegrijpelijk zijn voor de andere gevangenen, omdat hun taal alleen naar schaduwen en echo’s verwijst.

Zijn behendigheid om de weerkaatste schaduwen te zien en te omschrijven zal geleden hebben onder zijn ervaringen, en op de andere gevangenen zou hij minder slim overkomen. Ze zullen hem zelfs als een gevaar zien en mogelijk dreigen hem te doden."



Aristoteles: kennis door onze zintuigen te gebruiken. Kennis via zintuigen is juiste weergaven van de werkelijkheid (los van het denken). Realisme: universele concepten bestaan in de dingen (niet in een aparte ideeënwereld)

Het "hylemorfisme":

* Elk individueel ervaarbaar ding is een combinatie van:
o een stof, materie (hylè)
o een vorm (morphè); deze heeft géén afzonderlijk bestaan, als buitenwereldse werkelijkheid (zoals Plato dat zag in zijn Ideeënleer), maar is enkel reëel voor zover hij gerealiseerd is in het concrete ding. In Aristoteles' visie zijn alle dingen met het verstand te begrijpen. Hiermee sluit hij aan bij Socrates gedachte over het kennen van algemeen geldende waarheid aangaande goedheid en deugd.

De sofisten
- zijn relativistisch: goed hangt af van de tijd en de samenleving waarin je verkeert!
- De mens is de maat van alle dingen: goed is wat volgens mij goed is, waar is wat volgens mij waar is.

Plato’s antwoord op de relativisme
- zoekt naar objectieve maatstaven voor waar en goed
- Formuleert deze door zijn ideeënleer.

Menselijke ziel als tweespan
(zie de mythe van...)
Het slechte paard is de emotie
goede paard de emotionele begeerte

donderdag 22 september 2011

Cultuurbeschouwing les 2

5.1 tot 5.18 van het werkboek

5.1
a) Je moet rekening kunnen houden met andere mensen
b) Je eigen overweging kunnen maken en een standpunt kunnen kiezen.

5.2
a) Ik denk dat de reddingswerker als eerst de mensen uit het water halen. Ik denk dat die op dat moment zijn hulp het hardst nodig hebben. De kinderen staan op dat moment in een veiligere situatie dan de ouderen.
b)Terry Pratchett heeft een mooie documentaire gemaakt over zelfdoding. Hij is schrijver en hij word dement. Hij wil zelf niet meer leven als hij niet meer kan schrijven. Mag je dit wel doen of niet?

5.4
a) klas - lolita's - velp - nhl - vrouwen
b)klas: w- stimuleren van elkaar n- niet stoken
lolita's: w-inspiratie op doen n-geen mode flater slaan
Velp: w-genieten n-rustig gedragen
NHL: w-studeren n-studeren
vrouwen: w-
c) ^

5.5
a) de lolita comunitie wilt dat ik zaterdag avond een modeshow ga lopen. School wilt dat ik zaterdag huiswerk ga maken.
b) Ik loop zaterdag de show en ga zondag eerder naar huis om mijn huiswerk te maken.

5.6
1) Mensen met een uitkering en er in zijn blijven hangen. De hele wereld is slecht naar hun idee.
2) Kunstenaars hebben hier vaak last van. Ze noemen zichzelf dan graag all-round.
3) Wilders stemmers.
4) Is eigenlijk mijn broertje. Hij il eigenlijk een andere opleiding doen dan hij doet maar doet het niet omdat hij bang is de overstap te maken.
5) Hitler?

5.9
a) Ja ik kan mezelf daar zeker in vinden
b) ja
c) nee

5.11)
Naar mijn idee zijn er heel veel soorten vrijheid. Zo heb je lichamelijke vrijheid - sociale vrijheid - vrijheid van godsdienst - politieke vrijheid - vrijheid van meningsuiting. Veel van deze vrijheden zijn cultuurgebonden. Deze cultuurgebonden vrijheden zijn letterlijk wel mogelijk maar hebben een sociale begrenzing. Zo kan je als vrouw in de bergen van Marokko wel vinden dat vrouwen auto zouden moeten rijden maar door sociale druk niet de mogelijkheid hebben de auto ook werkelijk te pakken. terwijl wij Nederlandse vrouwen makkelijk de auto kunnen nemen naar ons werk. Nu is de vraag ben je vrij als je kan denken of als je kan doen? Je bent altijd vrij te denken en dromen overal op de wereld. Op dat gebied is iedereen vrij. Doen daarin tegen is anders.

5.12
a) mensen die hun instincten volgen kunnen een gevaar worden voor de samenleving. De wet is er om mensen tegen elkaar en zichzelf te kunnen beschermen. Wanneer een persoon een andere persoon aanvalt vormt hij vanaf dat moment een bedreiging voor de samenleving. De wet is er deze man zo te helpen dat hij geen gevaar meer vormt voor de omgeving. Dit heeft niks te maken met opzet of ingeving of welke reden de daad dan heeft gehad.
b) onvrijheid zou kunnen betekenen dat je daarmee de verantwoordelijkheid uitsluit. Als je in de gevangenis zit kan je moeilijk verantwoordelijk zijn voor de daad die je buurman pleegt. Maar als je zegt dat in jou huishouden jou dochter wordt misbruikt maar de sociale druk zegt dat jij er niet mee mag bemoeien wordt het weer anders vind ik. Dit is ook omdat ik deze sociale druk niet ken. Als je zelf het meisje misbruikt omdat je dat instinkt dat ingeeft dan kan ik moeilijk zeggen of je schuldig bent want ik weet niet of jij het kan onderdrukken. Als er bewijs is dat je dat niet kan dan zou ik zeggen dat je niet verantwoordelijk bent. Maar zonder bewijs kan het nog even waar zijn.

5.13
1) Descriptieve ethiek
2) Descriptieve ethiek?
3)
4)
5) Toegepaste ethiek
6) Normatieve ethiek
7) Meta-ethiek

5.14
De persoon in kwestie zou je uit de groep kunnen plaatsen. Dit zou er voor zorgen dat de groep rustiger word. Dan zou de groep beter functioneren ten kosten van die ene persoon. Maar je probeert altijd een oplossing te zoeken die voor beide partijen werkt. Ik zou denk ik eerst er achter proberen te komen waarom die persoon de groep zo verstoort en kijken of dat probleem via die weg opgelost kan worden. Of misschien is het mogelijk dat 2 personen de groep kunnen dragen aangezien die nu rustig is en de ene overige persoon kan meer aandacht aan de stoorzender besteden.

5.15
a)

Schilder cursus les 3

Landscapes schilderen op 3 verschillende vellen. Deze opdracht gaat weer over het schilderen in lagen. Dit schilderij moesten we maken na aanleiding van 3 foto's die we meegenomen hadden.



Tijdens de uitleg werden er foto's van schilderijen van Jan Mankers getoond. Ik vind zijn schilderijen echt heel mooi en inspirerend. Ze hebben en mooi donkere zware, en illige uitstraling. Hier is een afbeelding van de moeder van Mankers geschilderd door hem zelf. Op de achtergrond zie je bomen die en krakkemikkige uitstraling. die zorgen er voor dan je de vrouw die geportretteerd is nog ouder lijkt.
Landschap door Jan Mankers

De eerste laag van de eerste schildering was dun en licht blauw. Daaroverheen heb ik een oranje laag aangebracht.